Patrick Waeterinckx - Publicaties


  • P. WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “De wettelijke regeling i.v.m. de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon ontdoet zich na 19 jaar van twee groeipijnen, NC 2018, afl. 6, 541-560

  • P. WAETERINCKX, “De geldboete van de rechtspersoon. Het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie beoordelen en aanvaarden bepaalde ongelijkheden tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon bij het opleggen van een geldboete”, NC 2018, afl. 3, 275-277

  • P. WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “Het Grondwettelijk Hof doorprikt de punctuele acupunctuur van artikel 28septies Sv.”, NC 2018, afl. 1, 29-34.

  • P. WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “Het juridisch spanningsveld betreffende de cumulatie van bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen en belasting”, TFR 2017, afl. 532, 925-934

  • F. DERUYCK en P. WAETERINCKX, “De rechtspersoon in het strafproces: nieuwe ontwikkelingen” in P. TRAEST, A. VERHAGE en G. VERMEULEN (eds.) in P. TRAEST, A. VERHAGE en G. VERMEULEN (eds.), XLIIIe Postuniversitaire Cyclus Delva – Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, Mechelen, Kluwer, 2017, 581-646.

  • P. WAETERINCKX, “De kosten en erelonen van de lasthebber ad hoc. Dwingt het Grondwettelijk Hof de wetgever eindelijk tot de broodnodige (liefst integrale) wijziging van artikel 2bis V.T.Sv.?”  (noot onder GwH 11 juni 2015), TRV-RPS 2017, 486.

  • P. WAETERINCKX, “Het aanwenden van rechtsmiddelen voor de rechtspersoon door de lasthebber ad hoc, een verdere verfijning van de rechtspraak van het Hof van Cassatie” (noot onder Cass. 6 september 2016), NC 2017, 78-21.

  • P. WAETERINCKX, “Is de overweging dat de aangestelde lasthebber ad hoc als enige bevoegd is om namens de rechtspersoon te beslissen over het aanwenden van rechtsmiddelen in overeenstemming met artikel 2bis V.T. Sv. en het vennootschapsrecht?”, RABG 2016, afl. 14, 1072-1081.

  • P. WAETERINCKX, “De cumul-decumulregeling onder artikel 5, tweede lid Sw. Noopt de letterlijke lezing van dit artikel tot het besluit dat bij opzettelijk handelen van de rechtspersoon en de natuurlijke persoon (cumul), eerstgenoemde altijd moet worden veroordeeld?” (noot onder Cass. 6 mei 2015), NC 2016, afl. 2, 157-161.

  • P. WAETERINCKX, “De eenpersoonsvennootschap en de grenzen van het antropomorfisme. Botst de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon werkelijk op haar grenzen bij de eenpersoonsvennootschap, of is dit het gevolg van rechtspraak die het antropomorfisme niet volledig doortrekt?”, NC 2016, afl. 1, 58-61

  • P. WAETERINCKX, F. VAN VOLSEM en F. DERUYCK (eds.), Strafrecht in de onderneming. Praktische gids voor bestuurders en zaakvoerders, Antwerpen, Intersentia, 2016, 872 p.

  • J. ROZIE en P. WAETERINCKX, “Actualia verbeurdverklaring (2010-2015): alles stroomt, niets is blijvend”, NC 2015, afl. 5, 390-432.

  • P. WAETERINCKX, “De (afgeleide) rechten van verdediging van de rechtspersoon. Heeft een rechtspersoon het recht te zwijgen, eventueel met of zonder bijstand van een raadsman?”, NC 2015, afl. 2, 73-95.

  • P. WAETERINCKX, “Botst de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon op haar grenzen bij de eenpersoonsvennootschap” (noot onder Cass. 3 maart 2015), RABG 2015, afl. 14, 1004-1009.

  • P. WAETERINCKX, “De autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon vereist een autonoom onderzoek” (noot onder Cass. 9 september 2014), RABG 2015, afl. 1, 11-16.

  • P. WAETERINCKX, De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en zijn leidinggevenden, Antwerpen, Intersentia, 2015, 250 p.

  • I. ARNAUTS, S. DE DECKER, I. DELBROUCK, L. DELBROUCK, T. DE MEESTER, S. DE MEULENAER, F. DERUYCK, S. DE WIT, F. D’HONT, A. DIERIKCX, T. GOMBEER, F. GOOSSENS, L. GYSELAERS, P. HELSEN, J. MEESE, F. MOLS, B. SPRIET, M. STERKENS, H. VAN BAVEL, D. VAN DAELE, K. VAN DE MOER, Y. VAN DEN BERGE, E. VAN DOOREN, S. VANDROMME, J. VAN DROOGBROECK, S. VAN DYCK, J. VANHEULE, K. VAN IMPE, F. VERBRUGGEN, P. WAETERINCKX, L. DE GEYTER, J. HUYSMANS, K. LEMMENS, J. THEUNIS, N. VAN LEUVEN, F. VANNESTE, J. VAN NIEUWENHOVE, N. VERBRUGGHE en W. VERIJDT, Strafrecht geannoteerd 2015, Brugge, die Keure, 2015, 1566 p.

  • P. WAETERINCKX, “Juridische ‘creativiteit’ ten dienste van de ‘kaalpluk’ bij accijns- en douanefraude” (noot Cass. 29 april 2014), NC 2014, afl. 4, 319-326.

  • P. WAETERINCKX, “Twee recente ontwikkelingen van belang voor het ondernemingsstrafrecht” in F. DERUYCK (ed.), Strafrecht in breed spectrum, Brugge, die Keure, 2014, 139-180.

  • P. WAETERINCKX, “Bestuurdersaansprakelijkheid vanuit strafrechtelijk perspectief” in X., CBR Jaarboek 2013-2014, Antwerpen, Intersentia, 2014, 177-236.

  • P. WAETERINCKX, “Bezint voor ge begint, de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een bestuurder en/of die van de onderneming”, RW 2013-14, afl. 2, 71-73.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag bij equivalent op vermogensvoordelen. Geen wiskundige precisie als regel, wel een zorgvuldigheidsplicht op basis van de beschikbare gegevens op het ogenblik van beslag”, NC 2013, afl. 5, 376-377.

  • D. DE WOLF, F. DERUYCK, B. VERVOORT, H. BERKMOES, P. WAETERINCKX, “Kroniek van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in strafzaken in 2012”, NC 2013, afl. 3, 205-237.

  • P. WAETERINCKX en H. HUYSMANS, “De illegale oorsprong van het vermogensvoordeel dat men witwast. Hoe onbepaald mag de omvang ervan zijn?” (noot onder Cass. 3 april 2012), NC 2013, afl. 3, 245-249.

  • P. WAETERINCKX, “Securitas revisited? Morrelen aan de verjaring van de strafvordering als beleidsinstrument” in F. DERUYCK, E. GOETHALS, L. HUYBRECHTS, J.-F. LECLERCQ, J. ROZIE, M. ROZIE, P. TRAEST, R. VERSTRAETEN (eds.), Amicus Curiae. Liber amicorum Marc De Swaef, Antwerpen, Intersentia, 2013,  527-546.

  • P. WAETERINCKX, “Witwassen – Hoe gekende regels en rechtspraak toch occasioneel nog voor problemen kunnen zorgen” (noot onder Cass. 22 januari 2013), RABG 2013, afl. 8, 473-477.

  • P. WAETERINCKX en D. VERRECKT, “Over het bestaan van tegenstrijdige uitspraken van de strafrechter na het alleenlijk aanwenden van een rechtsmiddel door de burgerlijke partij” (noot onder Cass. 3 januari 2013), NC 2013, afl. 2, 108-110.

  • P. WAETERINCKX, “De rechtspersoon binnen het Salduz-kluwen” (noot onder Cass. 25 september 2012), RABG 2013, afl. 1, 29-40

  • P. WAETERINCKX, “Leveren alle misdrijven vermogensvoordelen op in de zin van artikel 42, 3° Sw.?” (noot onder Cass. 10 januari 2012), RABG 2012, afl. 13, 900-909.

  • P. WAETERINCKX, “De uitspraak van het gezond verstand (‘!’ of ‘?’)” (noot onder Brussel 11 oktober 2011), RABG 2012, afl. 8, 533-542.

  • P. WAETERINCKX, “Het onroerend goed als vermogensvoordeel” in J. ROZIE (ed.), Het onroerend goed in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 61-144.

  • P.WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de bedrijfsrevisor” in X., Recht & onderneming in de praktijk – Anti-fraudebeleid in de onderneming – De taken en verantwoordelijkheden van bestuur en commissaris, Kortrijk, UGA, 2012, 231-256.

  • P. WAETERINCKX, “Over ‘lege dozen’ en de saisine van de onderzoeksrechter” in F. DERUYCK (ed.), Het strafrecht bedreven. Liber Amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 979-993

  • P. WAETERINCKX, “Effent de rechtspraak van het grondwettelijk hof stilaan het pad naar de distributieve toepassing van artikel 2 Sw.?” in F. DERUYCK (ed.), Strafrecht … meer dan ooit, Brugge, die Keure, 2011, 219-246.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag in (fiscale) strafzaken” in M. ROZIE en M. MAUS (eds.), Actuele problemen van het fiscaal strafrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, 567-625.

  • P. WAETERINCKX, “’After the event, even the fool is wise” (noot onder Antwerpen 15 september 2010), RABG 2011, afl. 14, 989-993.

  • P. WAETERINCKX, “Artikel 2 Sw., vasthouden aan quasi mathematische (doch wellicht verouderde) zekerheden of met enige moed het referentiekader loslaten op zoek naar nieuwe inzichten”, RABG 2011, afl. 2, 109-116.

  • P. WAETERINCKX, “Het daderschap van de werknemer in het sociaal strafrecht. Is sociaal strafrecht dan geen strafrecht meer?”, NC 2010,  342-347.

  • P. WAETERINCKX, “Het Hof van Cassatie en de distributieve toepassing van artikel 2 Sw. naar aanleiding van een arrest van 19 mei 2009” in F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, P. TRAEST en R. VERSTRAETEN (eds.), De wet voorbij. Liber Amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, 619-636.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevende (België)” in Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht (ed.), De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden – in de economische context, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2010, 107-219.

  • F. DERUYCK en P. WAETERINCKX, “Tien jaar strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon (1999-2009). Verleden en heden van de rechtspersoon in het strafrecht vanuit juridisch en praktisch oogpunt – Capita selecta van markante problemen” in X., CBR Jaarboek 2009-2010, Antwerpen, Intersentia 2010, 1-92.

  • F. DERUYCK en P. WAETERINCKX, “Daderschap en strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor sociaalrechtelijke misdrijven” in G. VAN LIMBERGHEN (ed.), Sociaal handhavingsrecht, Antwerpen, Maklu, 2010, 87-132.

  • P. WAETERINCKX, en K. DE SCHEPPER, “Een valse getuigenis sluit valsheid in geschriften niet uit”, RABG 2010, afl. 7, 420-424.

  • P. WAETERINCKX en K. DE SCHEPPER, “Enkele bedenkingen bij de objectivering van de beoordeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in het ondernemingsstrafrecht” in M. FAURE en W. RAUWS (eds.), Recente ontwikkelingen in het arbeids-, economisch, straf- en familierecht, Liber Amicorum Jos Van Goethem, Antwerpen, Intersentia, 2009, 139-168.

  • P. WAETERINCKX, en K. DE SCHEPPER, “Hoe evidenties plots geen evidenties meer zijn bij een te ‘enthousiaste’ kaalpluk en buitgerichte bestraffing”, RABG 2010, afl. 1, 48-55.

  • P. WAETERINCKX en T. VAN HOOGENBEMT, “Het Hof van Cassatie en het arrest C-367/05 van het Hof van Justitie: dekt het Belgische begrip ‘eenheid van opzet’ het begrip ‘dezelfde feiten’ onder het ne bis in idem-beginsel van artikel 54 SUO”, NC 2009, afl. 2, 112-120.

  • P. WAETERINCKX, “De invloed van het gedrag van organen en andere leidinggevenden als beoordelingsfactor voor de morele toerekening van misdrijven aan de rechtspersoon. Een moeilijke evenwichtsoefening die soms flirt met de grenzen van de afgeleide strafrechtelijke verantwoordelijkheid”, RABG 2009, afl. 7, 479-487.

  • P. WAETERINCKX, “Het cryptische oordeel van de Mechelse correctionele rechtbank mag o.i. niet zo worden geïnterpreteerd dat een wettelijke toerekening zoals in de Welzijnswet de effecten van een rechtsgeldige delegatie van bevoegdheden zou uitsluiten maar wel dat de delegerende een toezichtverplichting blijft behouden op de correcte uitoefening van de delegatie; niet het minst bij wettelijke toerekening”, RABG 2009, afl. 1, 64-74.

  • P. WAETERINCKX, “Zelfs de beste jurist kan kromme wetgevende intenties niet rechttrekken” (noot onder GwH 21 februari 2007), T. Gem. 2008, afl. 4, 262-275.

  • P. WAETERINCKX, “Artikel 5 lid 4 Sw.: wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil?”, NC 2008, afl. 6, 440-447.

  • P. WAETERINCKX, “De redelijke termijn en het strafrechtelijk kort geding. Het gebrek aan (tijdige) procesrechtelijke hoedanigheid als verzwarende omstandigheid van het miskennen van de redelijke termijn”, RABG 2008, afl. 13, 789-795.

  • P. WAETERINCKX, “Witwassen anno 2007 e.v.”, Ad Rem 2008, afl. 2, 35-44.

  • P. WAETERINCKX en K. DE SCHEPPER, “Witwassen in België van illegale vermogensvoordelen gehaald uit een buitenlands basismisdrijf na de wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake heling en inbeslagneming en het arrest C-367/05 van het Hof van Justitie”, RABG 2008, afl. 1, 43-58.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke aansprakelijkheid – Deel II, Hoofdstuk 1, Afdeling 1, § 3, punt F” in X., Bestendig Handboek Vennootschap en Aansprakelijkheid, Mechelen, Kluwer, 2008, losbl.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van twee vaste vertegenwoordigers uit het vennootschapsrecht”, NC2007, afl. 1, 23-38.

  • P. WAETERINCKX, “De verwatering van het basismisdrijf als constitutief bestanddeel van het witwasmisdrijf” in A. DE NAUW (ed.), De groeipijnen van het strafrecht, Brugge, die Keure, 2007, 29-58.

  • P. WAETERINCKX, “De lasthebber ad hoc, nog steeds lastiger dan gedacht …” (noot onder GwH 5 december 2005), RABG 2007, afl. 6, 379-392.

  • P. WAETERINCKX, “De relatie tussen de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en de wettelijke/conventionele toerekeningen in bijzondere strafbepalingen. Duidelijkheid a.u.b.!” (noot onder Cass. 20 december 2005), RABG 2006, afl. 20, 1507-1511.

  • P. WAETERINCKX, “Worstelen met de toerekening van misdrijven aan een rechtspersoon. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon is een autonome en geen afgeleide verantwoordelijkheid” (noot onder GwH 5 mei 2004), NC 2006, afl. 1, 29-33.

  • P. WAETERINCKX, “De autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en de samenloop van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met deze van de natuurlijke persoon (art. 5 lid 2 Sw.). ‘A never ending story’”, T. Strafr. 2005, afl. 6, 461-472.

  • P. WAETERINCKX, “Telefoontap en motivering” (noot onder Corr. Hasselt 12 mei 2005), RABG 2005, afl. 16, 1527-1534.

  • P. WAETERINCKX, “Inzage in het vertrouwelijke dossier betreffende bijzondere opsporingsmethoden via de omweg van het verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen (art. 61quinquies Sv.)” (noot onder Gent 6 december 2004), RABG 2005, afl. 13, 1220-1224.

  • P. WAETERINCKX, “Is de eenmaligheid van het verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen tijdens de eerste fase van de regeling van de rechtspleging absoluut?” (noot onder Gent 3 maart 2005), RABG 2005, afl. 13, 1205-1215.

  • P. WAETERINCKX, “Toerekening van het milieumisdrijf en het daderschap” in A. DE NAUW, P. FLAMEY en J. GHEYSELS (eds.), Milieustrafrecht en milieustrafprocesrecht: actuele vraagstukken, Brussel, Larcier, 2005, 89-156.

  • S. COISNE en P. WAETERINCKX, “La sauvegarde des droits de la défense d’une personne morale, son droit au silence et le mandataire ad hoc comme garant de ces droits” in M. NIHOUL (ed.), La responsabilité pénale de la personne morale, Brugge, die Keure, 2005, 307-364.

  • M. FAURE en P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon: een blik op de rechtspraak en enkele beschouwingen uit de praktijk”, T. Strafr. 2004, afl. 6, 318-345.

  • P. WAETERINCKX, “Strafbaarheid van rechtspersonen en toerekening van misdrijven”, NjW 2004, afl. 91, 1298-1302.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag in strafzaken sinds de “Kaalplukwet” bekeken vanuit het ondernemingsstrafrecht” in J. DENOLF en E. FRANCIS (eds.), Follow the money. De jacht op crimineel geld, Brussel, Politeia, 2004, 115-168.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van enkele toezichthouders op de normconformiteit als middel van een behoorlijker bestuur van de onderneming”, RW 2003-2004, afl. 40, 1647-1664.

  • P. WAETERINCKX, “Tien jaar financieel rechercheren en de proactieve recherche. Enkele kritische bedenkingen vanuit het standpunt van de verdediging” in M. SAMBLANX, J. SPREUTELS, P. WAETERINCKX, J. DORAENE, F. DESTERBECK, E. WYMEERSCH, C. TERRIER, J. DENOLF en H. JAMAR (eds.), Voor een goed begrip: financieel economisch rechercheren, Brussel, Politeia, 2004, 29-45

  • P.D.G. CABOOR en P. WAETERINCKX, “De strafuitsluitende verschoningsgrond van artikel 5, lid 2 van het Strafwetboek: ook het internationaal recht sluit de discussie” (noot onder Cass. 5 maart 2002), RW 2003-2004, afl. 14, 536-539.

  • S. DE MEULENAER en P. WAETERINCKX, “De lasthebber ad hoc in het strafprocesrecht: lastiger dan gedacht?”, RW 2003-2004, afl. 11, 401-410.

  • J. DE SAMBLANX, B. DE BIE en P. WAETERINCKX (eds.), De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Kaalpluk, haarpluk?, Antwerpen, Intersentia, 2004, 246.

  • P. WAETERINCKX, “Het strafrechtelijk beslag sinds 24 februari 2003. Een nieuwe mijlpaal in het buitgericht rechercheren. Een analyse vanuit de invalshoek van het ‘ondernemingstrafrecht’” in M.J. DE SAMBLANX, B. DE BIE en P. WAETERINCKX (eds.), De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Kaalpluk, haarpluk?, Antwerpen, Intersentia, 2004, 7-79.

  • P. WAETERINCKX en J. VAN STEENWINCKEL (eds.), Strafrecht in de onderneming. Praktische gids voor bestuurders en zaakvoerders, Antwerpen, Intersentia, 2004, 584 p.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon. Een kritische analyse van enkele capita selecta uit de eerste rechtspraak” in A. DE NAUW (ed.), Strafrecht van nu en straks, Brugge, die Keure, 2003, 181-269.

  • P. WAETERINCKX, “La responsabilité pénale, un risque maîtrisable pour l’entreprise? La délégation en droit pénal”, Rev.dr.pén. 2003, afl. 4, 425-473.

  • I. VERHAERT en P. WAETERINCKX, “Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een beheersbaar ondernemingsrisico? De delegatie in het strafrecht”, RW 2001-2002, afl. 29, 1009-1026.

  • P. WAETERINCKX, “De cumulatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met die van de natuurlijke persoon”, RW 2000-2001, afl. 33, 1217-1229

  • P. WAETERINCKX en P. CABOOR, “De dading door de overheid”, CDPK 2001, 229-251.