Patrick Waeterinckx - Publications


  • P. WAETERINCKX, "Ondernemingsstrafrecht. Capita selecta aan de hand van recente rechtspraak." , Intersentia, 2020, 62 p.
  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon. Moet de regeling i.v.m. de lasthebber ad hoc onder artikel 2bis V.T.Sv. “op de schop” omwille van de afschaffing (?) van de decumulatieregel onder oud artikel 5, tweede lid Sw.?”, TBH-RDC 2019, afl. 8, 949-971.
  • P. WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “De rechten van de derde-eigenaar te goeder trouw versus het algemeen (strafrechtelijk) belang: het Grondwettelijk Hof stelt opnieuw duidelijk grenzen” (noot onder GwH 4 oktober 2018), NC 2019, 44-45.
  •  WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “De rechten van de derde-eigenaar te goeder trouw versus het algemeen (strafrechtelijk) belang: het Grondwettelijk Hof stelt opnieuw duidelijk grenzen” (noot onder GwH 4 oktober 2018), NC 2019, 44-45.P. WAETERINCKX en R. VAN HERPE, “De wettelijke regeling i.v.m. de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon ontdoet zich na 19 jaar van twee groeipijnen, NC 2018, afl. 6, 541-560
  • P. WAETERINCKX, “De geldboete van de rechtspersoon. Het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie beoordelen en aanvaarden bepaalde ongelijkheden tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon bij het opleggen van een geldboete”, NC 2018/ 3, 275-277
  • P. WAETERINCKX and R. VAN HERPE, “Het Grondwettelijk Hof doorprikt de punctuele acupunctuur van artikel 28septies Sv.”, NC 2018/ 1, 29-34.
  • P. WAETERINCKX and R. VAN HERPE, “Het juridisch spanningsveld betreffende de cumulatie van bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen en belasting”, TFR 2017/532, 925-934
  • F. DERUYCK and P. WAETERINCKX, “De rechtspersoon in het strafproces: nieuwe ontwikkelingen” in P. TRAEST, A. VERHAGE and G. VERMEULEN (eds.), XLIIIe Postuniversitaire Cyclus Delva – Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, Mechelen, Kluwer, 2017, 581-646.
  • J. ROZIE en P. WAETERINCKX, “Zet de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon het materieel strafrecht buitenspel?” in E. WYMEERSCH, R. HOUBEN en E. DIRIX (eds.), In het vennootschapsbelang. Liber Amicorum Herman Braeckmans, Antwerpen, Intersentia, 2017, 381-404.
  • P. WAETERINCKX en L. MEIRENS, “Verdere verfijningen in de cassatierechtspraak betreffende het aanwenden van rechtsmiddelen door de lasthebber ‘ad hoc’ tegen de achtergrond van een wellicht te ruime interpretatie van diens beslissingsbevoegdheid” (noot onder Cass. 31 januari 2017 en Cass. 7 februari 2017)), RABG 2017, afl. 13, 1061-1071.
  • P. WAETERINCKX, “Het aanwenden van rechtsmiddelen voor de rechtspersoon door de lasthebber ad hoc, een verdere verfijning van de rechtspraak van het Hof van Cassatie” (note sous Cass. 6 septembre 2016), NC 2017, 78-21.
  • P. WAETERINCKX, “Is de overweging dat de aangestelde lasthebber ad hoc als enige bevoegd is om namens de rechtspersoon te beslissen over het aanwenden van rechtsmiddelen in overeenstemming met artikel 2bis V.T. Sv. en het vennootschapsrecht?”, RABG 2016/14, 1072-1081.

  • P. WAETERINCKX, “De cumul-decumulregeling onder artikel 5, tweede lid Sw. Noopt de letterlijke lezing van dit artikel tot het besluit dat bij opzettelijk handelen van de rechtspersoon en de natuurlijke persoon (cumul), eerstgenoemde altijd moet worden veroordeeld?” (note sous Cass. 6 mai 2015), NC 2016/2, 157-161.

  • P. WAETERINCKX, “De eenpersoonsvennootschap en de grenzen van het antropomorfisme. Botst de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon werkelijk op haar grenzen bij de eenpersoonsvennootschap, of is dit het gevolg van rechtspraak die het antropomorfisme niet volledig doortrekt?”, NC 2016/1, 58-61

  • P. WAETERINCKX, F. VAN VOLSEM et F. DERUYCK (eds.), Strafrecht in de onderneming. Praktische gids voor bestuurders en zaakvoerders, Antwerpen, Intersentia, 2016, 872 p.

  • P. WAETERINCKX, “De kosten en erelonen van de lasthebber ad hoc. Dwingt het Grondwettelijk Hof de wetgever eindelijk tot de broodnodige (liefst integrale) wijziging van artikel 2bis V.T.Sv.?” (note sous Cour Const. 11 juin 2015), TRV-RPS 2017, 486.
  • J. ROZIE et P. WAETERINCKX, “Actualia verbeurdverklaring (2010-2015): alles stroomt, niets is blijvend”, NC 2015/5, 390-432.

  • P. WAETERINCKX, “De (afgeleide) rechten van verdediging van de rechtspersoon. Heeft een rechtspersoon het recht te zwijgen, eventueel met of zonder bijstand van een raadsman?”, NC 2015/2, 73-95.

  • P. WAETERINCKX, “Botst de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon op haar grenzen bij de eenpersoonsvennootschap” (note sous Cass. 3 mars 2015), RABG 2015/14, 1004-1009.

  • P. WAETERINCKX, “De autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon vereist een autonoom onderzoek” (note sous Cass. 9 septembre 2014), RABG 2015/1, 11-16.

  • P. WAETERINCKX, De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en zijn leidinggevenden, Antwerpen, Intersentia, 2015, 250 p.

  • I. ARNAUTS, S. DE DECKER, I. DELBROUCK, L. DELBROUCK, T. DE MEESTER, S. DE MEULENAER, F. DERUYCK, S. DE WIT, F. D’HONT, A. DIERIKCX, T. GOMBEER, F. GOOSSENS, L. GYSELAERS, P. HELSEN, J. MEESE, F. MOLS, B. SPRIET, M. STERKENS, H. VAN BAVEL, D. VAN DAELE, K. VAN DE MOER, Y. VAN DEN BERGE, E. VAN DOOREN, S. VANDROMME, J. VAN DROOGBROECK, S. VAN DYCK, J. VANHEULE, K. VAN IMPE, F. VERBRUGGEN, P. WAETERINCKX, L. DE GEYTER, J. HUYSMANS, K. LEMMENS, J. THEUNIS, N. VAN LEUVEN, F. VANNESTE, J. VAN NIEUWENHOVE, N. VERBRUGGHE et W. VERIJDT, Strafrecht geannoteerd 2015, Brugge, die Keure, 2015, 1566 p.

  • P. WAETERINCKX, “Juridische ‘creativiteit’ ten dienste van de ‘kaalpluk’ bij accijns- en douanefraude” (note sous Cass. 29 avril 2014), NC 2014/4, 319-326.

  • P. WAETERINCKX, “Twee recente ontwikkelingen van belang voor het ondernemingsstrafrecht” dans F. DERUYCK (ed.), Strafrecht in breed spectrum, Brugge, die Keure, 2014, 139-180.

  • P. WAETERINCKX, “Bestuurdersaansprakelijkheid vanuit strafrechtelijk perspectief” dans X., CBR Jaarboek 2013-2014, Antwerpen, Intersentia, 2014, 177-236.

  • P. WAETERINCKX, “Bezint voor ge begint, de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een bestuurder en/of die van de onderneming”, RW 2013-14/2, 71-73.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag bij equivalent op vermogensvoordelen. Geen wiskundige precisie als regel, wel een zorgvuldigheidsplicht op basis van de beschikbare gegevens op het ogenblik van beslag”, NC 2013/5, 376-377.

  • D. DE WOLF, F. DERUYCK, B. VERVOORT, H. BERKMOES, P. WAETERINCKX, “Kroniek van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in strafzaken in 2012”, NC 2013/3, 205-237.

  • P. WAETERINCKX et H. HUYSMANS, “De illegale oorsprong van het vermogensvoordeel dat men witwast. Hoe onbepaald mag de omvang ervan zijn?” (note sous Cass. 3 avril 2012), NC 2013/3, 245-249.

  • P. WAETERINCKX, “Securitas revisited? Morrelen aan de verjaring van de strafvordering als beleidsinstrument” in F. DERUYCK, E. GOETHALS, L. HUYBRECHTS, J.-F. LECLERCQ, J. ROZIE, M. ROZIE, P. TRAEST, R. VERSTRAETEN (eds.), Amicus Curiae. Liber amicorum Marc De Swaef, Antwerpen, Intersentia, 2013,  527-546.

  • P. WAETERINCKX, “Witwassen – Hoe gekende regels en rechtspraak toch occasioneel nog voor problemen kunnen zorgen” (note sous Cass. 22 janvier 2013), RABG 2013/8, 473-477.

  • P. WAETERINCKX et D. VERRECKT, “Over het bestaan van tegenstrijdige uitspraken van de strafrechter na het alleenlijk aanwenden van een rechtsmiddel door de burgerlijke partij” (note on Cass. 3 January 2013), NC 2013/2, 108-110.

  • P. WAETERINCKX, “De rechtspersoon binnen het Salduz-kluwen” (note sous Cass. 25 septembre 2012), RABG 2013/1, 29-40

  • P. WAETERINCKX, “Leveren alle misdrijven vermogensvoordelen op in de zin van artikel 42, 3° Sw.?” (note sous Cass. 10 janvier 2012), RABG 2012/13, 900-909.

  • P. WAETERINCKX, “De uitspraak van het gezond verstand (‘!’ of ‘?’)” (note sous Brussel 11 octobre 2011), RABG 2012/8, 533-542.

  • P. WAETERINCKX, “Het onroerend goed als vermogensvoordeel” dans J. ROZIE (ed.), Het onroerend goed in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 61-144.

  • P.WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de bedrijfsrevisor” in X., Recht & onderneming in de praktijk – Anti-fraudebeleid in de onderneming – De taken en verantwoordelijkheden van bestuur en commissaris, Kortrijk, UGA, 2012, 231-256.

  • P. WAETERINCKX, “Over ‘lege dozen’ en de saisine van de onderzoeksrechter” dans F. DERUYCK (ed.), Het strafrecht bedreven. Liber Amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 979-993

  • P. WAETERINCKX, “Effent de rechtspraak van het grondwettelijk hof stilaan het pad naar de distributieve toepassing van artikel 2 Sw.?” dans F. DERUYCK (ed.), Strafrecht … meer dan ooit, Brugge, die Keure, 2011, 219-246.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag in (fiscale) strafzaken” in M. ROZIE en M. MAUS (eds.), Actuele problemen van het fiscaal strafrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, 567-625.

  • P. WAETERINCKX, “’After the event, even the fool is wise” (note sous Antwerpen 15 septembre 2010), RABG 2011/14, 989-993.

  • P. WAETERINCKX, “Artikel 2 Sw., vasthouden aan quasi mathematische (doch wellicht verouderde) zekerheden of met enige moed het referentiekader loslaten op zoek naar nieuwe inzichten”, RABG 2011/2, 109-116.

  • P. WAETERINCKX, “Het daderschap van de werknemer in het sociaal strafrecht. Is sociaal strafrecht dan geen strafrecht meer?”, NC 2010, 342-347.

  • P. WAETERINCKX, “Het Hof van Cassatie en de distributieve toepassing van artikel 2 Sw. naar aanleiding van een arrest van 19 mei 2009” dans F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, P. TRAEST et R. VERSTRAETEN (eds.), De wet voorbij. Liber Amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, 619-636.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevende (België)” dans Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht (ed.), De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden – in de economische context, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2010, 107-219.

  • F. DERUYCK et P. WAETERINCKX, “Tien jaar strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon (1999-2009). Verleden en heden van de rechtspersoon in het strafrecht vanuit juridisch en praktisch oogpunt – Capita selecta van markante problemen” dans X., CBR Jaarboek 2009-2010, Antwerpen, Intersentia 2010, 1-92.

  • F. DERUYCK et P. WAETERINCKX, “Daderschap en strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor sociaalrechtelijke misdrijven” dans G. VAN LIMBERGHEN (ed.), Sociaal handhavingsrecht, Antwerpen, Maklu, 2010, 87-132.

  • P. WAETERINCKX et K. DE SCHEPPER, “Een valse getuigenis sluit valsheid in geschriften niet uit”, RABG 2010/7, 420-424.

  • P. WAETERINCKX et K. DE SCHEPPER, “Enkele bedenkingen bij de objectivering van de beoordeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in het ondernemingsstrafrecht” dans M. FAURE et W. RAUWS (eds.), Recente ontwikkelingen in het arbeids-, economisch, straf- en familierecht, Liber Amicorum Jos Van Goethem, Antwerpen, Intersentia, 2009, 139-168.

  • P. WAETERINCKX et K. DE SCHEPPER, “Hoe evidenties plots geen evidenties meer zijn bij een te ‘enthousiaste’ kaalpluk en buitgerichte bestraffing”, RABG 2010/1, 48-55.

  • P. WAETERINCKX et T. VAN HOOGENBEMT, “Het Hof van Cassatie en het arrest C-367/05 van het Hof van Justitie: dekt het Belgische begrip ‘eenheid van opzet’ het begrip ‘dezelfde feiten’ onder het ne bis in idem-beginsel van artikel 54 SUO”, NC 2009/2, 112-120.

  • P. WAETERINCKX, “De invloed van het gedrag van organen en andere leidinggevenden als beoordelingsfactor voor de morele toerekening van misdrijven aan de rechtspersoon. Een moeilijke evenwichtsoefening die soms flirt met de grenzen van de afgeleide strafrechtelijke verantwoordelijkheid”, RABG 2009/7, 479-487.

  • P. WAETERINCKX, “Het cryptische oordeel van de Mechelse correctionele rechtbank mag o.i. niet zo worden geïnterpreteerd dat een wettelijke toerekening zoals in de Welzijnswet de effecten van een rechtsgeldige delegatie van bevoegdheden zou uitsluiten maar wel dat de delegerende een toezichtverplichting blijft behouden op de correcte uitoefening van de delegatie; niet het minst bij wettelijke toerekening”, RABG 2009/1, 64-74.

  • P. WAETERINCKX, “Zelfs de beste jurist kan kromme wetgevende intenties niet rechttrekken” (note sous Cour Const. 21 février 2007), T. Gem. 2008/4, 262-275.

  • P. WAETERINCKX, “Artikel 5 lid 4 Sw.: wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil?”, NC 2008/6, 440-447.

  • P. WAETERINCKX, “De redelijke termijn en het strafrechtelijk kort geding. Het gebrek aan (tijdige) procesrechtelijke hoedanigheid als verzwarende omstandigheid van het miskennen van de redelijke termijn”, RABG 2008/13, 789-795.

  • P. WAETERINCKX, “Witwassen anno 2007 e.v.”, Ad Rem 2008/2, 35-44.

  • P. WAETERINCKX et K. DE SCHEPPER, “Witwassen in België van illegale vermogensvoordelen gehaald uit een buitenlands basismisdrijf na de wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake heling en inbeslagneming en het arrest C-367/05 van het Hof van Justitie”, RABG 2008/1, 43-58.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke aansprakelijkheid – Deel II, Hoofdstuk 1, Afdeling 1, § 3, punt F” dans X., Bestendig Handboek Vennootschap en Aansprakelijkheid, Mechelen, Kluwer, 2008, losbl.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van twee vaste vertegenwoordigers uit het vennootschapsrecht”, NC2007/1, 23-38.

  • P. WAETERINCKX, “De verwatering van het basismisdrijf als constitutief bestanddeel van het witwasmisdrijf” dans A. DE NAUW (ed.), De groeipijnen van het strafrecht, Brugge, die Keure, 2007, 29-58.

  • P. WAETERINCKX, “De lasthebber ad hoc, nog steeds lastiger dan gedacht …” (note sous Cour Const. 5 décembre 2005), RABG 2007/6, 379-392.

  • P. WAETERINCKX, “De relatie tussen de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en de wettelijke/conventionele toerekeningen in bijzondere strafbepalingen. Duidelijkheid a.u.b.!” (note sous Cass. 20 décembre 2005), RABG 2006/20, 1507-1511.

  • P. WAETERINCKX, “Worstelen met de toerekening van misdrijven aan een rechtspersoon. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon is een autonome en geen afgeleide verantwoordelijkheid” (note sous Cour Const. 5 mai 2004), NC 2006/1, 29-33.

  • P. WAETERINCKX, “De autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en de samenloop van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met deze van de natuurlijke persoon (art. 5 lid 2 Sw.). ‘A never ending story’”, T. Strafr. 2005/6, 461-472.

  • P. WAETERINCKX, “Telefoontap en motivering” (note sous Corr. Hasselt 12 mai 2005), RABG 2005/16, 1527-1534.

  • P. WAETERINCKX, “Inzage in het vertrouwelijke dossier betreffende bijzondere opsporingsmethoden via de omweg van het verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen (art. 61quinquies Sv.)”(note sous Gent 6 décembre 2004), RABG 2005/13, 1220-1224.

  • P. WAETERINCKX, “Is de eenmaligheid van het verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen tijdens de eerste fase van de regeling van de rechtspleging absoluut?” (note sous Gent 3 mars 2005), RABG 2005/13, 1205-1215.

  • P. WAETERINCKX, “Toerekening van het milieumisdrijf en het daderschap” dans A. DE NAUW, P. FLAMEY et J. GHEYSELS (eds.), Milieustrafrecht en milieustrafprocesrecht: actuele vraagstukken, Brussel, Larcier, 2005, 89-156.

  • S. COISNE and P. WAETERINCKX, “La sauvegarde des droits de la défense d’une personne morale, son droit au silence et le mandataire ad hoc comme garant de ces droits” dans M. NIHOUL (ed.), La responsabilité pénale de la personne morale, Brugge, die Keure, 2005, 307-364.

  • M. FAURE et P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon: een blik op de rechtspraak en enkele beschouwingen uit de praktijk”, T. Strafr. 2004/6, 318-345.

  • P. WAETERINCKX, “Strafbaarheid van rechtspersonen en toerekening van misdrijven”, NjW 2004/91, 1298-1302.

  • P. WAETERINCKX, “Het beslag in strafzaken sinds de “Kaalplukwet” bekeken vanuit het ondernemingsstrafrecht” in J. DENOLF and E. FRANCIS (eds.), Follow the money. De jacht op crimineel geld, Brussel, Politeia, 2004, 115-168.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van enkele toezichthouders op de normconformiteit als middel van een behoorlijker bestuur van de onderneming”, RW 2003-2004/40, 1647-1664.

  • P. WAETERINCKX, “Tien jaar financieel rechercheren en de proactieve recherche. Enkele kritische bedenkingen vanuit het standpunt van de verdediging” dans M. SAMBLANX, J. SPREUTELS, P. WAETERINCKX, J. DORAENE, F. DESTERBECK, E. WYMEERSCH, C. TERRIER, J. DENOLF et H. JAMAR (eds.), Voor een goed begrip: financieel economisch rechercheren, Brussel, Politeia, 2004, 29-45

  • P.D.G. CABOOR et P. WAETERINCKX, “De strafuitsluitende verschoningsgrond van artikel 5, lid 2 van het Strafwetboek: ook het internationaal recht sluit de discussie” (note sous Cass. 5 mars 2002), RW 2003-2004/14, 536-539.

  • S. DE MEULENAER et P. WAETERINCKX, “De lasthebber ad hoc in het strafprocesrecht: lastiger dan gedacht?”, RW 2003-2004/11, 401-410.

  • J. DE SAMBLANX, B. DE BIE et P. WAETERINCKX (eds.), De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Kaalpluk, haarpluk?, Antwerpen, Intersentia, 2004, 246.

  • P. WAETERINCKX, “Het strafrechtelijk beslag sinds 24 februari 2003. Een nieuwe mijlpaal in het buitgericht rechercheren. Een analyse vanuit de invalshoek van het ‘ondernemingstrafrecht’” dans M.J. DE SAMBLANX, B. DE BIE et P. WAETERINCKX (eds.), De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Kaalpluk, haarpluk?, Antwerpen, Intersentia, 2004, 7-79.

  • P. WAETERINCKX et J. VAN STEENWINCKEL (eds.), Strafrecht in de onderneming. Praktische gids voor bestuurders en zaakvoerders, Antwerpen, Intersentia, 2004, 584 p.

  • P. WAETERINCKX, “De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon. Een kritische analyse van enkele capita selecta uit de eerste rechtspraak” dans A. DE NAUW (ed.), Strafrecht van nu en straks, Brugge, die Keure, 2003, 181-269.

  • P. WAETERINCKX, “La responsabilité pénale, un risque maîtrisable pour l’entreprise? La délégation en droit pénal”, Rev.dr.pén. 2003/4, 425-473.

  • I. VERHAERT et P. WAETERINCKX, “Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een beheersbaar ondernemingsrisico? De delegatie in het strafrecht”, RW 2001-2002/29, 1009-1026.

  • P. WAETERINCKX, “De cumulatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met die van de natuurlijke persoon”, RW 2000-200/33, 1217-1229

  • P. WAETERINCKX et P. CABOOR, “De dading door de overheid”, CDPK 2001, 229-251.